Stimuleer NIET innovatie in de maakindustrie. Maar wat wel?

De term neue Kombinationen klinkt als oude koek. Maar ze wijst nog steeds de weg bij innovatie. Schumpeter bedoelde er in 1934 mee dat alleen nieuwe combinaties van productiefactoren innovaties opleveren. Wat betekent dit voor het topsectorenbeleid? En voor de ambitie van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) om de innovatie in de maakindustrie naar een hoger niveau te tillen?

Topsectoren en clusters: effectief bij innovatie?

De idee achter het topsectorenbeleid is dat samenwerking tussen bedrijven, onderwijs en kennisinstellingen uit dezelfde sector in Topconsortia voor Kennis en Innovatie innovatieve productieprocessen, producten en diensten oplevert. Met een hoge economische of maatschappelijke waarde. Dit sectordenken vormt ook de basis voor de negen clusters die de Amsterdam Economic Board heeft gedefinieerd: ICT/e-Science, Creatieve Industrie, Life Sciences & Health, Financiële & Zakelijke Dienstverlening, Logistiek, Horticulture, Agri Food, Toerisme & Congressen, en de Maakindustrie.

Twee vragen

Maar de sectorale aanpak en overheidsdeelname roepen twee vragen op. 1: Mogen we van betere kennisuitwisseling binnen een sector werkelijk neue Kombinationen verwachten? En 2: Wat is de meest effectieve rol van de overheid bij het stimuleren van innovatie?

Inside the box? Niet doen!

Mariana Mazzucato, professor aan Universiteit van Sussex, gaf op 27 maart op uitnodiging van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) een lezing met als titel The Green Entrepreneurial State. Zij raadt een sectorgerichte stimuleringsaanpak voor innovatie af. Waarom? Omdat werkelijk uitdagende vraagstukken sectoroverstijgend zijn. Ze noemt de man on the moon visie (1961) van Kennedy. Die missie bracht samenwerking teweeg tussen sectoren, met vele innovaties als spin-off. Een sectorgerichte aanpak blijft teveel binnen de bestaande belangen en denkramen van een sector. Inside the box, zogezegd. Wat is nodig voor het ontstaan van meer invloedrijke neue Kombinationen?

Ten eerste: visie

Mazzucato ziet het als eerste taak voor de overheid om met een uitdagende visie de richting voor innovaties uit te stippelen. Zoals ze dat gedaan heeft bij de Deltawerken. Een visie die inspireert. Die talenten aantrekt. En die kennisuitwisseling en samenwerking stimuleert tussen sectoren, en tussen bijvoorbeeld de negen clusters in de MRA. Dán mag je verwachten dat outside the box gedacht wordt. Dat bestaande patronen en belangen die vooral gericht zijn op efficiency en exploitatie, ter discussie worden gesteld.

Eindhoven Brainport heeft dit begrepen

De regio Eindhoven (‘Slimste regio ter wereld’, 2012) combineert high-tech met design, maakindustrie en ondernemerschap om “… producten en diensten te ontwikkelen die een oplossing bieden voor toekomstige maatschappelijke uitdagingen” zoals vergrijzing, mobiliteit, voedselvoorziening, gezondheid, veiligheid en grondstoffenschaarste. En dat is toch een andere divisie dan Energy Valley (“werk maken van schone energie”), Food Valley (“versterkt de innovatiekracht van Nederlandse Agrifood”), of Techport (“Samen werken aan een structurele oplossing voor het tekort aan vaklieden in de techniek en de realisatie van technische innovaties bij bedrijven in de regio”).

Overheidsondersteuning in alle fasen van innovatie

Maar komt cross-sectorale samenwerking vanzelf van de grond bij een uitdagende visie?

Nee, meer is nodig. Overheden zouden in iedere fase van innovatieprocessen een rol moeten spelen om grootschalige, maatschappelijk en economisch betekenisvolle vernieuwingen van de grond te krijgen.

Ten eerste kan de overheid langdurig onderzoek financieren dat bedrijven te riskant vinden. Mazzucato laat zien dat innovaties zoals zonne- en windenergie, spraakassistentie in smartphones, GPS, touchscreens en het internet, zijn voortgekomen uit onderzoek dat eerst tientallen jaren gefinancierd is met publieke middelen. De overheid blijkt een veel geduldiger en consistenter investeerder geweest te zijn dan durfinvesteerders.

Daarnaast kunnen overheden platforms organiseren en leiden waarop kennisinstellingen en bedrijven uit verschillende sectoren elkaar ontmoeten voor verkenning en samenwerking. Structuren die continuïteit waarborgen en helpen vertrouwen op te bouwen.

Ten derde: overheden kunnen bevorderen dat cross-sectorale projecten geëvalueerd en bijgestuurd worden. Ze kunnen ook de commerciële haalbaarheid van innovaties ondersteunen, als afnemer. Zonder een klant als Defensie was Daf niet zo snel gegroeid. En de overheid kan zorgen voor een verdeling van opbrengsten over de deelnemers die recht doet aan de genomen risico’s en gedane investeringen. Om ook de belastingbetaler van de opbrengsten van zijn investeringen te laten genieten.

Democratisering van innovatie

De huidige praktijk? Het besef dringt al door dat intensieve samenwerking nodig is tussen bedrijfsleven, onderwijs- en kennisinstellingen en overheden om de uitdagingen van vandaag en morgen het hoofd te bieden. Naar een Lerende Economie (WRR, 2013) wijst hier op. En kijk naar de talrijke pogingen tot samenwerking in regio’s.

Daarbij laat de financiële crisis zien dat publieke bemoeienis met de bedrijfsvoering van banken bittere noodzaak is. En langzaam wordt duidelijk dat ook in andere sectoren democratische invloed op innovatie nodig is om economische groei te realiseren waarin economische, sociale en ecologische belangen gelijk gewicht hebben.

Zijn we er klaar voor?

Is Nederland klaar voor een meer democratische en cross-sectorale innovatieaanpak? Waarin de overheid een richtinggevende, investerende en structurerende rol speelt?

Vier tekortkomingen

We laten innovatie nog teveel afhangen van de vrije markt. Van wat bedrijven belangrijk vinden en oppakken. Terwijl de geschiedenis leert dat op die manier geen oplossingen voor grote maatschappelijke vraagstukken worden ontwikkeld. Een krachtige overheid die spart met het bedrijfsleven en zijn deel opeist, is daar voor nodig.

En we richten ons nog vooral op het stimuleren van innovatie binnen sectoren. In plaats van op visie-gedreven cross-sectorale kennisuitwisseling en samenwerking die tot meer betekenisvolle neue Kombinationen leidt.

Daarnaast is van een systematische aanpak meestal geen sprake. Ik bedoel: symposia, congressen en rondetafels worden wel georganiseerd. Maar meestal hapsnap. Zonder programma met zicht op de volgende stappen, en zonder inzicht in de succesfactoren. Succes is dan meer toeval dan wijsheid.

Tenslotte is het de vraag of bij bedrijven, overheden en kennisinstellingen voldoende professionals werken die de uitdagingen van multidisciplinaire en cross-sectorale innovatieprojecten kunnen hanteren. Uitdagingen voortkomend uit belangentegenstellingen, onbekendheid met elkaar en verschillen in visie en beroepsculturen.

Actie. Stap uit de box. Op weg naar een volwassen innovatieaanpak

Nadenken over de effectiviteit van bestaande manieren van innoveren is een eerste goede stap naar verbetering. Enkele suggesties.

Bent u beleidsmaker of manager op gebied van innovatie binnen de overheid?
Ga dan eens na in welke fasen van innovatie u een rol speelt. Bij het analyseren van maatschappelijke uitdagingen met andere partijen? Bij het uitzetten van een richting voor vernieuwing, het financieren van onderzoek of het organiseren van bijeenkomsten? Of bij het uitvoeren en evalueren van pilots, de commerciële implementatie of het verdelen van opbrengsten? Waar zitten de hiaten? Heeft uw organisatie de benodigde mentaliteit, kennis, werkmethoden en vaardigheden in huis? Wat moet gebeuren om de gaten te vullen?

Werkt u aan innovatie vanuit een bedrijf?
Ga eens na: met hoeveel vertegenwoordigers uit totaal andere sectoren zit u aan tafel om te werken aan een maatschappelijk relevante uitdaging? Ziet u aan de innovatietafels in uw sector voldoende openheid en diversiteit? Worden bestaande denkramen en belangen ter discussie gesteld? Welke stap is nodig om out of the box van uw bedrijf, sector of cluster te komen?

Houdt u zich bij een onderwijsinstelling bezig met samenwerking met het bedrijfsleven?
In hoeverre hinderen bestaande procedures en didactische methoden een dynamische uitwisseling tussen studenten, docenten, onderzoekers, bedrijven en overheden? Rond maatschappelijk relevante vraagstukken? Hoe kunnen studenten, docenten en bedrijven samen leren? Waar kunt u dit in de organisatie op de agenda zetten en wat kunt u doen?

Alleen door van perspectief en aanpak te veranderen kunnen we een meer duurzame maatschappij worden.